Geschiedenis Sint Bavo

Bavo werd rond 589 geboren in een adellijke familie uit Haspengau, het land rond Luik. Van zijn ouders had hij de naam Allowin meegekregen. Volgens de traditie was de latere heilige Odilia van Orp-le-Grand († 670; feest 30 juni) een zuster van hem; zij was van haar geboorte af blind, maar genas tijdens een bezoek aan het graf van Sint Lambertus. Hij trouwde met een dochter van graaf Adilio. Samen kregen zij een dochter genaamd Adeltrudis of Agletruide. Zij zou later op het landgoed dat zij van haar vader overnam, een kloostertje stichten.

Aanvankelijk was Allowin een woesteling, maar door de dood van zijn vrouw besefte hij – typisch middeleeuws – hoe kort en vergankelijk het leven was. Toen hij daarop de heilige bisschop Amandus ontmoette, kwam het tot een definitieve ommekeer in zijn leven. Hij gaf al zijn bezittingen weg en leidde van toen af het leven van een boeteling in de St.Pietersabdij te Gent. Nog weer later verkoos hij met toestemming van zijn abt Sint Floribertus de eenzaamheid van een holle boom niet ver daar vandaan om zich als kluizenaar geheel en al aan de Heer te kunnen toewijden.

Talloze mensen wisten hem in hun nood te vinden; hij troostte en bemoedigde ze, en genas ze; hij wekte zelfs een dode tot leven. Totdat hijzelf getroffen werd door een vreselijke ziekte. Omstanders wisten te vertellen hoe zijn opgewektheid niet leed onder de helse pijnen. Omringd door gelovigen, vrienden en zijn geestelijk leidsman die hij had laten roepen om hem bij te staan, stierf hij in de geur van heiligheid. Hij overleed omstreeks het jaar 660.

De door Amandus gestichte abdij Ganda werd later naar hem St-Baafsabdij genoemd. Ook de kathedraal in Gent is naar hem genoemd. Op veel plaatsen werd op 1 oktober de landpacht betaald, de zogeheten Bamispacht (‘Bamis’ is een verkorting van het woord Bavo-mis = de mis in de kerk op het feest van Sint Bavo). Guide Gezelle maakt er een toespeling op in een rijmpje;

            Daar zijn twee kwa getijen in het jaar, zei boer Naestens:

            Pasen, als men moet zeggen (=biechten)

            En Bamese als men moet leggen (=belastinggeld betalen)

Volgens de overlevering zou Bavo een deel van zijn leven hebben doorgebracht in het Vlaamse plaatsje Mendonk; daar toont men de steen die hij als hoofdkussen gebruikt zou hebben. Hier wordt jaarlijks op de eerste zondag van oktober een bedevaart ter ere van hem gehouden. Op dezelfde dag is er in Moerzeke een rondgang met de reus van Bavo.

 

Bavo is ook de patroon van de Vlaamse stad Gent, van de Vlaamse plaatsen Wilrijk en Sint-Baafs-Vijve; daarnaast van de Hollandse stad Haarlem en van Heemstede. Hij komt ook voor in het gemeentewapen van het Limburgse plaatsje Nuth en Bavo is de beschermheilige van de Duitse stad Münster.

Hij is de patroon van valkeniers en zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen het mislukken van de oogst, tegen long- en keelontsteking en kinkhoest; zo bestaat er een oud versje te Rijsbergen:

            Wie van de kinkhoest wil genezen,

            ga naar Rijsbergen als voor dezen.

            Sint Bavo wordt daarvoor geprezen.

Hij wordt afgebeeld met het zwaard van de ridder en de valk van de jacht. Beide attributen duiden op zijn adellijke afkomst en worden vaak geduid tot symbolen van zijn heiligheid.

 

In 1946 publiceerden Gabriël Smit (rijmpjes) en Piet Worm (prentjes) een boekje over heiligen voor kinderen: ‘Roosjes uit de Hemeltuin’. Het bevat ook een rijmpje voor Sint Bavo:

            Sint Bavo, die zijn schatten zwaar,

            Zijn goed, zijn wapenen, zijn boeken

            Verliet om alleen God te zoeken

            Tot hij Hem vond als kluizenaar.

            Geef, dat mijn hart niet bouwt op geld

            Maar slechts in God vertrouwen stelt.

De oorspronkelijk kerk van Rijsbergen stamde uit de 15e eeuw en lag tegenover het huidige kerkgebouw. De kerk is ontworpen door N.J.H. van Groenendael en werd gebouwd tussen 1915 en 1918. Tijdens de bouw van de nieuwe kerk bleef de oude kerk dienst doen. Een groot deel van het oude interieur is hergebruikt in de nieuwe kerk zoals beelden en delen van de zijaltaren. Er is wel een nieuw hoofdaltaar ontworpen en gebouwd.

In het Rijksmuseum te Amsterdam bevindt zich een monumentaal altaar afkomstig uit de kerk van Rijsbergen. Het is niet bekend om welk altaar het hier gaat, één van de zij-altaren of het hoofdaltaar, of wellicht een deel ervan. Hieronder ziet u er een afbeelding van.

Johan Henricus van Frankenberg (geboren als Johan Heinrich von Frankenberg-Lufwigsdorf te Glogau (Silezië, Polen), 18 september 1726 – Breda, 11 juni 1804) was aartsbisschop van Mechelen. Hij heeft zijn opleiding genoten aan het jezuïtencollege van zijn geboortestad en ging vervolgens naar de universiteit van Breslau en tenslotte naar het Duitse College in Rome, waar hij in 1749 tot priester werd gewijd.

Hij keerde terug naar Oostenrijk en werd onder andere hulpbisschop van Görz in Carniola van 1750 tot 1754. Hij werd als aartsbisschop van Mechelen en primaat van de Oostenrijkse Nederlanden aangesteld op 28 mei 1759. Hij werd tot kardinaal verheven op 1 juni 1778, maar door de Fransen verbannen in 1797. Hij nam ontslag als aartsbisschop op 20 november 1801. Hij leefde hierna in Borken (Duitsland) en later in Breda waar hij op 11 juni 1804 als balling stierf. Kardinaal Frankenberg werd op 14 juni 1804 in de oude kerk van Rijsbergen begraven. In 1921 werden zijn stoffelijke resten herbegraven in de nieuwe kerk.

Het Aartsbisdom van Mechelen wilde graag de stoffelijke resten van de kardinaal bijzetten in het mausoleum van de Sint Rombouts kathedraal in Mechelen. Als tegenprestatie schonk het Aartsbisdom van Mechelen vijf gebrandschilderde ramen aan de St. Bavokerk. Oorspronkelijk zouden er 7 geplaatst worden maar door de devaluatie van de Belgische munt konden er maar vijf ramen geplaatst worden.

Rijsbergen heeft toen een bot van de bovenarm achtergehouden en in een ossuarium geplaatst die in een vitrine vooraan in de kerk te bezichtigen was tot de inbraak in de kerk in juni 2012. De grafzerk van Kardinaal Frankenberg staat nog altijd tegen de zijgevel van de kerk.

Meer over het leven van Kardinaal Frankenberg leest u in het boek “ De Jonge Leviten van het seminarie van Gent te Wezel”.

Tegenover de kerk, naast de pastorie, verscholen in het groen, ligt het restant van een eeuwenoude begraafplaats. Het staat bekend als het weldoenerskerkhof en telt vijftien grafzerken. De naam dekt de lading, want de mensen die er begraven werden, hebben ‘goed gedaan’ in Rijsbergen. Zij betaalden aan de parochie meer dan andere parochianen. Overigens woonden zij niet allemaal in Rijsbergen, want na de Tachtigjarige Oorlog konden Bredanaars lange tijd niet in hun eigen woonplaat in gewijde grond begraven worden. Zij weken uit naar plaatsen als Meerle en Rijsbergen.
Het kerkhof werd in 1935 gesloten. Daarna raakte het sterk in verval; zerken raakten beschadigd en verdwenen. Pas in 2005 wist de Heemkundekring voldoende middelen bijeen te krijgen om de restauratie te bekostigen.