Geschiedenis Kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand

Nadat Achtmaal in 1862 een eigen kerk had gekregen, vonden de inwoners van Wernhout het hoog tijd dat ook zij een eigen kerkgebouw kregen. Wernhout kreeg eerst echter in 1883 een eigen schoolgebouw, voordat in 1926 door de toenmalige bisschop van Breda, Mgr. Hopmans, toestemming werd verleend tot de bouw van een kerk in Wernhout. Alhoewel het grootste deel van de inwoners voorstander was van een nieuw kerkgebouw, waren er toch ook inwoners welke hiertegen fel gekant waren. Op Wernhoutsburg was namelijk het seminatie der Lazaristen gevestigd waar vele omwonenden de Heilige Mis aldaar bijwoonden. Zij hadden angst dat door de komst van een nieuwe kerk, de mogelijkheid om de diensten te volgen te Wernhoutsburg voorbij zou zijn. Ook de bouw van de nieuwe kerk ging niet van een leien dakje. Het vergde veel inspanning om een geschikte locatie te vinden. Toen dit eenmaal gelukt was, bleek dat het bouwterrein ruim 1 meter lager lag dan de openbare weg. Maar liefst 10.000 karren zand werden aangevoerd om het perceel bouwrijp te maken.

Als bouwpastoor werd op 23 september 1926 pastoor Bielars benoemd, welke tot dan toe kapelaan in Terheijden was. De aanbesteding voor de bouw werd op 27 oktober 1926 in café “Tramstation” van Louis van Tichelt gegund aan architect Jac van Groenendaal uit Breda. Op 2 februari 1927 vond de eerste steenlegging plaats en ter gelegenheid hiervan werd een oorkonde ingemetseld. Uiteindelijk werd op 16 september 1927 de nieuwe kerk geconsacreerd door Mgr. Hopmans. In het geconsacreerde altaar zijn relieken ingemetseld van de Heilige Fulgentia en Justa, twee martelaressen uit de eerste tijden der Christenen te Rome.

De kerk is een bakstenen Christo-centrische kerk, soms ook volkskerk genoemd. Dit is een driebeukig kerktype waarbij het middenschip zeer breed en de zijbeuken smal zijn en voornamelijk als loopgang in gebruik zijn. Met dit kerktype werd in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw geëxperimenteerd bij de rooms-katholieke kerkenbouw.  Maximale betrokkenheid van de gelovigen bij de eredienst staat hier voorop door het realiseren van een vrij uitzicht op het altaar.

Gedurende de oorlog werd de pastorie regelmatig door de Duitsers gevorderd voor de inkwartiering van haar soldaten. Volgens de notities van de pastoor, maakten zij er vaak een heuse varkensstal van. Ook werd de torenklok in de oorlog door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog, op 24 juli 1947, arriveerde de nieuwe klok welke een gewicht had van 300 kg en opschrift draagt; “Maria, Moeder van Altijddurende Bijstand”